Rookgasafvoer
Omschrijving
Deze fiche behandelt de eisen gesteld aan de rookgasafvoer, en dat specifiek bij condensatieketels.
Eigenschappen
Ondermeer door de lage temperatuur van de rookgassen en de zuurtegraad van de condensaten moet de rookgasafvoer bij condensatieketels aan specifieke vereisten voldoen.

Toepassingsvoorwaarden
Dimensionering
Voor de dimensionering van de rookgasafvoerkanalen zijn, binnen bepaalde toepassingsdomeinen, grafieken ter beschikking die kanaaldiameters geven i.f.v. het keteltype, het ketelvermogen en de schoorsteenhoogte. Buiten deze toepassingsdomeinen moeten berekeningen gebeuren volgens vastgelegde genormaliseerde rekenmethodes.
Materiaal
Het materiaal voor de rookgasafvoerkanalen moet zuurbestendig zijn. Naargelang de aard van de brandstof en de gewenste temperatuurklasse worden de bestaande materialen (roestvrij staal, aluminium, beton, metselwerk of kunststof) ingedeeld als verboden of toegelaten.
Bestaande schouwen
Bij de vervanging van oude ketels door een condensatieketel hebben de bestaande schouwen vaak een te grote sectie. Bovendien zijn ze doorgaans ook niet bestand tegen condensaten. Daarom worden bestaande schouwen best getubeerd bv. met een corrosiebestendige metalen voering met aangepaste sectie. Ook een supplementaire thermische isolatie van de schoorsteen is in vele gevallen aangeraden.
Plaats van uitmonding
- De plaats waar rookgasafvoerkanalen (met natuurlijke trek) uitmonden moet in een toegelaten zone (=zone in onderdruk) liggen boven het dak, zodat er geen gevaar is voor terugslag van rookgassen. Eventueel kan een speciale afvoerkap nodig zijn om de trek van de schoorsteen te verbeteren.
De dakdoorvoer voor rookgasafvoer gebeurt best zonder kap of met een ijspegelarme kap om ijspegelvorming te voorkomen. - De rookgasafvoerkanalen van ketels met gesloten verbrandingskring die voorzien zijn van een ventilator, kunnen zowel een horizontale (in een gevel) als een verticale (bovendaks) uitmonding hebben.
- De rookgasafvoer via een gevel mag geen hinder (geur, rookpluim) vormen en dient ook uit de buurt te blijven van ventilatie-openingen (bijv. toevoerroosters, deuren, vensters,...). Deze eisen gelden zowel voor het eigen gebouw als voor naburige gebouwen. Ze kunnen gecontroleerd worden via de berekening van een zogenaamde ‘verdunningsfactor’.
Wetgeving en regels van goed vakmanschap
NBN 51-003 en 004: Binneninstallaties voor aardgas en plaatsing van de verbruikstoestellen. Algemene bepalingen (bij werken zonder bouwvergunning).
NBN B 61-001: Stookafdelingen en schoorstenen
NBN B 61-002: Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70kW - Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en –afvoer van de verbrandingsgassen (bij werken waarvoor een bouwvergunning nodig is).
Meer info
www.wtcb.be – Technische Voorlichting 235 Condensatieketels
Technische fiche
|















