Condensatieketel
Omschrijving
Condensatieketels zijn zo ontworpen dat er permanent een belangrijk deel van de waterdamp in de verbrandingsgassen kan condenseren. Zo kan de hierbij vrijkomende latente warmte teruggewonnen worden.
Eigenschappen
In vergelijking met een niet-condenserende hoogrendementsketel kan met een condensatieketel een extra energiebesparing van 6% (bij stookolie) of ongeveer 11% (bij aardgas) gerealiseerd worden. De condensatieketel op aardgas kan je herkennen aan het HR-toplabel en die op stookolie aan het Optimaz-elitelabel.
Toepassingsvoorwaarden
Eisen aan de ketel en de installatie:
Ketelvermogen
Bij de vervanging van een oude ketel door een nieuwe condensatieketel is de correcte bepaling van het (nieuwe) ketelvermogen een belangrijk gegeven. Het (oude) ketelvermogen is namelijk bijna steeds sterk overgedimensioneerd en zou kunnen leiden tot een vermindering van het nuttig ketelrendement.
Condensafvoer
Als er in de ketel geen voorzieningen zijn voor de afvoer van het condenswater, dan moet minstens op het laagste punt van het afvoerkanaal een afvoerbuis naar de riolering voorzien worden. Alle materialen die in contact komen met condenswater moeten corrosiebestendig zijn.
Warmteafgiftesysteem
Om de condensatie van de waterdamp in de rookgassen permanent te verzekeren moet de temperatuur van het retourwater bij ontwerp laag genoeg gekozen worden, namelijk minder dan 50°C voor aardgas en minder dan 41°C voor stookolie. Warmteafgiftesystemen op lage of zeer lage temperatuur (vloer-, muur-, plafondverwarming) voldoen in principe aan deze voorwaarde.
Een koppeling met een (bestaand) hoog temperatuurverwarmingssysteem (bijv radiatoren) is mogelijk. De energiebesparing zal in dat geval afhangen van de reële verwarmingsbehoeften van het gebouw en de graad van overdimensionering van de radiatoren. In veel gevallen zal de ketel gedurende het grootste deel van het stookseizoen toch nog condenseren.
Regeling
Een regeling van de ketelwatertemperatuur i.f.v. de buitentemperatuur is noodzakelijk om de warmteafgifte af te stemmen op de warmtebehoeften en om er voor te zorgen dat de ketel zoveel mogelijk kan condenseren gedurende het hele stookseizoen.
Opstellingsruimte
Zie fiche 'Opstellingsruimte voor stookketels'.
Rookgasafvoer
Zie fiche 'Rookgasafvoer'.
Onderhoud en nazorg
Voorzie voldoende ruimte rond de ketel voor installatie, onderhoud en herstellingen (ruimte afhankelijk van de producent). Veel wandketels zijn zo geconstrueerd dat ze perfect in een kast kunnen ingebouwd worden en volledig toegankelijk zijn langs voren. Om zeker te zijn volg je best de richtlijnen van de fabrikant of vraag raad aan een installateur.
Wetgeving en regels van goed vakmanschap
NBN D 50-001: Ventilatievoorzieningen in woongebouwen
NBN 51-003 en 004: Binneninstallaties voor aardgas en plaatsing van de verbruikstoestellen. Algemene bepalingen (bij werken zonder bouwvergunning).
NBN B 61-001: Stookafdelingen en schoorstenen
NBN B 61-002: Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70kW - Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en –afvoer van de verbrandingsgassen (bij werken waarvoor een bouwvergunning nodig is).
NBN EN 677: Centrale verwarmingsketels – Specifieke eisen voor condenserende ketels met nominale belasting tot en met 70 kW
NBN EN 15034: Verwarmingsketels – Condenserende verwarmingsketels voor stookolie
Meer info
www.wtcb.be – Technische Voorlichting 235 Condensatieketels
Technische fiche
|















