Vloerverwarming
Onderwerp
Vloerverwarming is een systeem waarbij buizen in of op de dekvloer voor de verwarming van een ruimte zorgen. Het warmtetransport gebeurt door middel van de circulatie van warm water op een lage temperatuur. De hele dekvloer doet hierbij dienst als verwarmingslichaam op lage temperatuur (de oppervlaktetemperatuur van de vloer is steeds lager dan 29°).
Grosso modo kan je twee soorten onderscheiden:
- Nat systeem: de buizen worden rechtstreeks in de dekvloer (chappelaag) gelegd volgens de richtlijnen van de fabrikant.
- Droog systeem: de buizen worden geplaatst in een voorgevormde constructie van isolatiematerialen. Hierin worden goten van aluminium of gegalvaniseerd metaal geplaatst waar uiteindelijk de verwarmingsbuizen in komen te liggen. Daarna volgt de dunne dekvloer met de afwerkingslaag (tegels, soepele vloerbedekking, parket...).
De bevestiging van de verwarmingsbuizen kan op diverse manieren gebeuren:
- Plaatsing in speciale profielplaten of isolatieplaten met een dopstructuur
- Op de bouwstaalmatten door middel van speciale buisklemmen.
- Plaatsing met profiellatten: U-vormige kunststoffen (of stalen) profiellatten met uitsparingen op vaste afstanden waarin de verwarmingsbuizen worden vastgehecht
- Plaatsing op isolatieplaten met prikbeugels
Eigenschappen
Vloerverwarming is energiezuinig omdat er door het grote warmteafgifteoppervlak minder hoge keteltemperaturen vereist zijn tegenover andere warmteafgiftesystemen. Vloerverwarming heeft een lage reactiesnelheid: heeft de verwarming een tijd lang niet aangestaan, dan duurt het even voor de ruimte op de gewenste temperatuur is. Anderzijds blijft vloerverwarming nog geruime tijd warmte afgeven nadat de verwarming is uitgeschakeld.
Doordat vloerverwarming 100% stralingswarmte geeft blijft de relatieve luchtvochtigheid in de verwarmde ruimte op peil.
Toepassingsvoorwaarden
Hou rekening met de hogere vloeropbouw bij vloerverwarming. Vooral bij renovaties is het belangrijk om na te gaan of er wel voldoende hoogte is in de vloeropbouw om vloerverwarming toe te laten.
Zorg dat er een degelijk legplan is. Hoe korter de buizen bij elkaar liggen, hoe beter. Hierdoor kan je namelijk met lagere temperaturen werken, wat energie bespaart en voor een hoger comfort zorgt. Dit verkleint ook het risico op barsten in de vloer. Een aangewezen afstand tussen de buizen is 10 tot 15 centimeter. Bij grotere vloeroppervlakten zijn uitzettingsvoegen aangewezen.
Omwille van krimpen en uitzetten van verwarmingsbuizen is, vooral bij natte vloerverwarming, een wapening van de dekvloer (chappelaag )aangewezen. De wapening kan gebeuren met een traditioneel wapeningsnet of met een kunststofvezelwapening
Vloerverwarming kan werken op alle energiebronnen.
Hou bij de keuze van de vloerbekleding (afwerkingslaag) rekening met de vloerverwarming:
Tegels geven de warmte heel goed door en slaan ze ook beter op. Gebruik bij voorkeur vierkante tegels. Vermijd daarentegen tegels die je in verband plaatst.
Een houten vloer houdt de warmte langer tegen, waardoor de reactiesnelheid nog meer afneemt.
Wil je vasttapijt combineren met vloerverwarming dan moet dit permanent antistatisch zijn.
De gebruikte buizen moeten van het zuurstofdichte type zijn.
Er is een regelsysteem nodig om ervoor te zorgen dat de temperatuur van het water dat door de buizen loopt niet te hoog oploopt.
Onderhoud en nazorg
Vloerverwarming vergt nagenoeg geen onderhoud en doet bijna geen stof opwaaien
Technische fiche
|















